
De vrouwen van deze mannen zijn er niet. Er stond geen bordje, maar een bar was in de jaren van Franco geen plek waar een vrouw alleen binnenliep. En een getrouwde vrouw had tot mei 1975 wettelijk de toestemming van haar man nodig om te gaan werken of een bankrekening te openen.
De vermut raakte in de jaren tachtig uit de mode, als drank van opa. Rond 2010 kwam hij terug, eerst in Barcelona, toen in Madrid, bij mensen die opa's bar opnieuw ontdekten. Sinds januari 2011 mag er binnen niet meer worden gerookt.
De televisie hangt er nog steeds. Het geluid staat nog steeds te hard.
De middellange versie vertelt het hele verhaal, met de tafel, de mensen en de details die hier ontbreken. Ongeveer 4 minuten.
Lees het hele verhaalSpanje telt meer bars per inwoner dan welk ander Europees land ook. Wie precies telt, hangt af van de bron, maar het komt neer op ongeveer één bar per tweehonderd mensen. Dat zijn geen uitgaansgelegenheden. Het zijn verlengstukken van de huiskamer, van de straat, en vroeger ook van de werkplaats.
Om te zien wat zo'n bar is, helpt het om er twee keer binnen te lopen. Een keer in 1974, een keer nu.
Zondag, 1974
De vrouwen van deze mannen zijn thuis, of op weg naar huis, om de zondagse lunch klaar te maken. Er stond geen bordje op de deur. Maar een bar in de naoorlogse jaren en onder de dictatuur was geen plek waar een vrouw alleen binnenliep. Wie uitging, ging dansen, met een partner, in een zaal. Getrouwde vrouwen hadden tot mei 1975 de licencia marital nodig, de wettelijke toestemming van hun man, om te werken, te reizen of eigendom te hebben.
De bar zelf was ook geen vrije ruimte. Onder Franco werden horecazaken ingedeeld in categorieën die precies voorschreven wat er mocht: tafels of geen tafels, eten of alleen koffie. De bar had iets van een openbare dienst met een tapkraan.
En toch was het de plek waar een wijk bij elkaar kwam. De quiniela zelf was in een bar geboren: in 1929, in café La Callealtera in Santander, begon een groepje vrienden te wedden op de uitslagen van de nieuwe voetbalcompetitie, met hun zondagse koffie als inzet. In 1946 werd het een staatsloterij. De bar bleef de plek waar je het briefje invulde, en waar je het maandag besprak.
Zondag, nu
In de jaren tachtig verdween de vermut bijna. Hij werd de drank van opa, de drank van de bar waar je vader stond. Spanje wilde modern zijn, en modern was iets anders.
Rond 2010 kwam hij terug. Er gaan twee verklaringen rond, en waarschijnlijk kloppen ze allebei. De eerste is geld: midden in de crisis was vermut goedkoop en de bar om de hoek dichtbij. De tweede is smaak: een generatie die vintage verzamelde, vond in de bodega van opa iets wat nergens anders te koop was. In Barcelona begonnen bars als Morro Fi de vermut serieus te nemen. In Madrid opende in 2009 La Hora del Vermut in de Mercado de San Miguel. Daar gaat vermut van de tap, de grifo. In Catalonië schenken ze hem liever uit de fles.
Op 2 januari 2011 ging het rookverbod in. Binnen roken mocht niet meer, op het terras wel. Dat klinkt als een detail, maar het veranderde de bar. Het terras werd de plek waar het gesprek verder ging, en binnen werd het stiller en schoner. En de servetjes op de vloer werden minder.
Wat veranderde, wat bleef
Veranderd: wie er staat. De bar is niet meer van de mannen alleen, en wie in 2026 een Spaanse bar binnenloopt, ziet vrouwen van alle leeftijden bestellen, betalen en de toon zetten. Veranderd ook: de lucht, het tempo, de prijs van de vermut in de nieuwe zaken.
Gebleven: de toog. In Spanje drink je nog steeds vaak staand, en staand drinken maakt dat je met iedereen in gesprek kunt raken die naast je staat. Gebleven ook: het bord. Er komt nooit een glas zonder iets erbij. En gebleven: de zondag rond enen, het uur voor de lunch, dat in veel families nog altijd vaststaat.
En de manier van betalen. Wie in Spanje met vrienden uitgaat, betaalt rondjes (vandaag betaal jij, de volgende ronde ik), of deelt de rekening door het aantal mensen, a escote. En wie van plan is om meerdere bars te doen, legt vooraf geld in een pot: de bote. Daaruit wordt de hele middag betaald. Niemand hoeft te rekenen, en niemand hoeft te onthouden wie er aan de beurt is.
De lange versie gaat hier verder, zonder dat je opnieuw hoeft te beginnen. Nog ongeveer 2 minuten.
Lees verderBilbao: de cuadrilla en de txikito
In Baskenland heeft dit uur een eigen vorm, en die laat de verandering nog scherper zien.
Een cuadrilla is een vriendengroep die vaak al sinds de kindertijd bestaat, en wie er niet bij hoort, komt er moeilijk tussen. Een partner soms. Een nieuwe collega bijna nooit. De cuadrilla gaat samen op pad, van bar naar bar, en in elke bar drinkt iedereen één klein glas wijn met misschien één pintxo. Dat heet txikiteo, naar de txikito, het kleine glas waarin de wijn wordt geschonken. De mannen die dat deden, heetten txikiteros.
Het woord "mannen" is hier niet toevallig. Cuadrillas waren vroeger bijna altijd van één geslacht. Gemengde groepen waren zeldzaam, om redenen die met de moraal van die tijd te maken hadden. Het txikiteo was een mannenzaak.
Vandaag zijn veel cuadrillas gemengd, en lopen steeds meer vrouwen mee. In de oude binnenstad van Bilbao, de Zeven Straten, verdwenen de txikiteros een tijd lang bijna, en keren nu met nieuwe bars langzaam terug. Op de hoek van de Calle Santa María en de Calle Pelota staat een spaarpot waarin cuadrillas het hele jaar kleingeld achterlaten. Op 11 oktober gaat hij open, en gaat het geld naar goede doelen.
Wat een toog doet
Het is verleidelijk om de bar van 1974 te romantiseren. Dat moet je niet doen. Hij was rokerig, soms ruw, en voor de helft van de bevolking eigenlijk gesloten. Wat er gezegd kon worden, werd begrensd door wie er meeluisterde.
Maar er is één ding dat de bar toen al deed en nu nog doet: hij zette mensen naast elkaar die elkaar thuis nooit zouden uitnodigen. De loodgieter naast de notaris, de oude man naast de student. Niet aan een eigen tafel, maar aan dezelfde toog, met hetzelfde glas voor dezelfde prijs.
Dat de mensen aan die toog nu anders zijn, is het grootste verschil tussen 1974 en nu. Dat het nog steeds één toog is, is misschien de reden dat Spanje er zoveel van heeft.


