APÉRO Magazine · Editie 1

De Opening

Waarom de hele wereld tegen de avond een glas optilt: een reis langs zes tijdzones, de geboorteakte van het aperitief en het kleine woordenboek.

Lees in de app →
Panorama

Achttien uur, overal (de wereldreis van één klokslag)

Het is zes uur 's avonds. Niet ergens, maar overal: volg de klokslag de wereld rond en kijk wat er gebeurt.

In Milaan zet een barman in de Galleria een schaaltje olijven neer bij een glas dat nog besteld moet worden. Hij weet dat het besteld gaat worden. Het wordt al honderdvijftig jaar besteld.

In Marseille valt de eerste scheut water in een glas pastis en trekt er mist over de oude haven. Op de pétanquebaan wordt nog niet gegooid, want de wet is de wet: eerst schenken.

In Barcelona is het stil. De vermut is daar een zondagskind, en het is dinsdag. Maar in de bodega om de hoek staat het vat klaar en weet de eigenaar precies wie er zondag om half één binnenkomt, en aan welk tafeltje.

Op Lesbos wordt een glas ouzo wittig naast een bord met twee sardines en een kwart tomaat. De man achter het glas heeft nergens haast over. De zon ook niet.

In de Bekavallei schenkt een grootvader arak volgens de heilige volgorde: eerst de drank, dan het water, dan pas het ijs. Zijn kleindochter filmt het. Haar volgers in Beiroet kennen de volgorde inmiddels ook.

In Porto loopt de laatste rondleiding door de lodges van Gaia, maar aan de overkant van de rivier, op een granieten stoepje, gaat een fles witte port open voor twee mensen die helemaal geen rondleiding nodig hebben.

In Marrakech heft een gastheer de theepot dertig centimeter boven het glas. De straal valt, het schuim vormt zich, de kroon ligt op de thee. Drie glazen gaan er komen: zacht, sterk, bitter. Niemand kijkt op een horloge.

En in Utrecht? In Utrecht begint het kwartier waarop heel Nederland in de file staat tussen werk en eten. Voorlopig nog. Daar gaan we iets aan doen.


Wereld I

Italië, het podium

Om zes uur verandert elke Italiaanse stad in een toneel. De barman zet olijven neer voordat erom gevraagd is, de Negroni heeft een geboortejaar en de Spritz een Oostenrijks litteken. Van de fluwelen salons van Turijn tot de schaduwrijke wijnkramen van Venetië: dit is het uur waarop Italië zichzelf wordt. Stap binnen in de wereld waar het bittere geen bijwerking is, maar het punt.

Op 14 november 1867 werd in Milaan een jongen geboren in een winkelpassage. Niet ernaast, niet erboven: erin. Davide Campari, eerste burger van de Galleria. Het aperitief heeft in Italië een geboorteakte, en er staat een adres op.

Lees de volledige longread →


Essay

Waarom bitter het nieuwe zoet is

Er is iets vreemds aan de hand met de mens en bitterheid. Evolutionair gezien is bitter een alarmsignaal: gif, bederf, niet eten. Elke baby trekt hetzelfde gezicht bij zijn eerste hap witlof. En toch staat er in elke serieuze aperitiefcultuur ter wereld een bittere drank op tafel. Campari. Vermout. Gentiaan. Kina. Hoe kan het dat het ritueel van het genieten wereldwijd gebouwd is op een smaak die we van nature haten?

Het antwoord begint bij de apotheek. Vrijwel elke klassieke aperitiefdrank was ooit een medicijn. Het woord aperitief zelf komt van het Latijnse aperitivus, een medische term voor middelen die de eetlust openden. Vermout begon als kruidenwijn met alsem tegen maagklachten, kina-aperitieven als verpakking voor het bittere malariamedicijn kinine, en de Italiaanse amari werden tot diep in de twintigste eeuw in apotheken verkocht. Bitter was nooit de bedoeling, bitter was de bijwerking. Dat wij het lekker zijn gaan vinden, is een van de mooiste ongelukken van de gastronomie.

Maar er is een tweede laag, en die is interessanter. Bitterheid vertraagt. Een zoete drank nodigt uit tot grote slokken, een bittere dwingt tot kleine. Probeer maar eens een Negroni achterover te slaan: je lichaam werkt niet mee. De Italianen hebben dat fysiologische trucje verheven tot een nationale esthetiek. Het bittere glas is een ingebouwde rem, en precies daarom is het het perfecte aperitief: het rekt het uur op in plaats van het te verkorten.

En nu, anno 2026, beleeft bitter zijn derde leven. De generatie die minder drinkt, ontdekt dat bitterheid het enige smaakprofiel is dat een alcoholvrij aperitief volwassen maakt. Zoet smaakt naar limonade, maar bitter smaakt naar een besluit. Vandaar de explosie van alcoholvrije bitters en aperitieven in precies dat register: gentiaan, kruiden, sinaasappelschil. De cirkel is rond. Wat als medicijn begon, werd genot, en wat genot werd, is nu het gereedschap waarmee een nieuwe generatie het ritueel zonder alcohol herbouwt.

Wie op APERO zijn eerste slok Campari of alcoholvrije bitter neemt en zijn gezicht voelt samentrekken: dat is geen afkeer. Dat is je lichaam dat de rem leert kennen. Het tweede slokje smaakt al anders. Het derde smaakt naar een uur dat langer duurt.


Geschiedenis

Mulsum, of waarom dit ritueel ouder is dan Europa

Voordat het Romeinse banket begon, kwam de gustatio: eieren, olijven, schelpdieren, en daarbij een beker mulsum, wijn gemengd met honing en specerijen. De landbouwschrijver Columella noteerde in de eerste eeuw een recept van één deel honing op vier delen most; Apicius beschreef een complexere versie die hij zonder valse bescheidenheid conditum paradoxum noemde, wonderbaarlijke kruidenwijn. Plinius schreef, Varro citerend, dat geelzucht de koninklijke ziekte werd genoemd omdat ze met honingwijn werd behandeld. Het woord zelf zegt de rest: aperitivus, van aperire, openen, was oorspronkelijk een medische term voor middelen die de eetlust openden.

Het punt is niet dat de Romeinen het aperitief hebben uitgevonden. Het punt is dat het kennelijk niet uitgevonden hoeft te worden. Overal waar mensen samen eten, ontstaat vanzelf een moment ervóór: een drempel, een opening, een beker waarmee de avond wordt aangekondigd. Het aperitief is geen Europese traditie die de wereld over ging. Het is een menselijke reflex die in Europa toevallig een naam kreeg.

Het punt is niet dat de Romeinen het aperitief hebben uitgevonden. Het punt is dat het kennelijk niet uitgevonden hoeft te worden.


Lexicon

Het kleine woordenboek van het aperitief

Apericena. Italiaans huwelijk tussen aperitivo en avondeten. Door studenten uitgevonden, door grootmoeders vervloekt, door iedereen gegeten.

Bitterballetje. Nederlands bewijs dat wij altijd al mezze hadden, we noemden het alleen anders.

Cicchetti. Venetiaanse hapjes op brood, gegeten tijdens het giro di ombre, de kroegentocht die geen kroegentocht mag heten omdat er bij elke halte wordt nagedacht.

Fer el vermut. Catalaans voor de vermut doen. Het enige aperitief ter wereld dat een werkwoord is.

Kanpai. Japans voor leeg glas. Wordt geroepen vóór het drinken, als belofte.

Louchen. Het melkwit uitslaan van anijsdrank bij contact met water. Natuurkunde die zich voordoet als magie, of andersom.

Marcos pombalinos. De 335 granieten zuilen waarmee de markies van Pombal in 1756 de Douro afbakende. Een derde staat er nog. Wijn met grenspalen.

Ombra. Venetiaans voor een glas wijn, letterlijk: een schaduw. Genoemd naar de wijnkramen die met de schaduw van de campanile meedraaiden.

Otsumami. Japanse hapjes bij de drank. Edamame is wereldberoemd geworden, de gedroogde inktvis wacht nog op zijn doorbraak.

Qaleb sukkar. Marokkaans suikerbrood van tweeënhalve kilo in blauw papier. Cadeau bij bruiloften, troost bij rouw, handdruk bij verzoening.

Sifón. Spaanse spuitfles waarmee je je vermut naar smaak verlengt. Het enige barinstrument dat sist als het werkt.

Tulband. De schuimkraag op Marokkaanse thee, gemaakt door van grote hoogte te schenken. Thee zonder tulband is een bekentenis.

Vrijmibo. Nederlands begrip, ter illustratie van hoever we nog moeten komen.